Ortho-Arbo-Advies

Bedrijfsarbozorgverlening op een hoger niveau...

  • Full Screen
  • Wide Screen
  • Narrow Screen
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Het (dys)functiedilemma Trainen hoe en waarom?

Het (dys-)functiedilemma: Trainen hoe en waarom?

Kleine kinderen leren in het algemeen hun eerste stapjes zetten als ze 9-18 maanden oud zijn. Maar hoe lang duurt het dan voordat ze echt goed hebben leren lopen? Je kan het zien aan heel jonge kinderen: je kan ze snel van elkaar in leeftijd onderscheiden als je ze laat hardlopen. Een paar maanden leeftijdsverschil kun je zien: de jonge kinderen lopen veel houteriger dan de oudere kinderen. Die beginnen langzaam maar zeker souplesse te vertonen, en als ze 10-12 jaar oud zijn bereiken ze het volwassen looppatroon.

Hoe komt dat?

Onze hersenen zijn geen ongeorganiseerd zootje zenuwcellen. Binnen die grote grijze en witte massa bevinden zich anatomische en functionele structuren. De grijze massa wordt gevormd door zenuw- en isolatiecellen, de witte massa bestaat uit zenuwbanen en isolatiecellen. Als de isolatiecellen er niet zouden zijn, kunnen het brein en alle uitlopers (zenuwen) niet functioneren.

Welnu in die grijze massa, bevinden zich bepaalde gebieden (kernen) die zich met verschillende zaken bezig houden. Waaronder de zogenaamde subcorticale (onder de hersenschors liggende) kernen. Deze besturen eigenlijk alle routinematige bewegingen waaronder ook lopen fietsen zwemmen, allemaal bewegingen die wij heel normaal vinden.

Hoewel, dat fietsen moet je leren, dat zwemmen ook. Nou voor lopen is dat niet anders. Het spel van spannen en ontspannen is niet iets willekeurigs, maar dat vindt in een ragfijne volgorde en afwisseling  plaats. Zo ook wèlke spieren of spiergroepen je nu nodig hebt om een mooie loopbeweging te creëren. Dat wordt allemaal vastgelegd in die kernen. Met andere woorden door het leerproces worden die kernen geprogrammeerd.

Dat kan grofweg met de Franse slag, maar dat kan ook preciezer en effectiever. Kinderen die dat laatste doen, onderscheiden zich gedurende hun jonge leven doordat ze gaan voorlopen op hun leeftijdsgenootjes, soms wel een half tot een heel jaar. Die kinderen zullen zich bijgevolg op latere leeftijd ook gaan onderscheiden door sportieve topprestaties.

Voor het goed “inregelen” van die programma’s is veel feedback nodig. Dat gebeurt door het proprioceptieve systeem. Dat zijn de zenuwen en receptoren die niet “bewust” zijn, maar zenuwen die vrij ongemerkt en ongevoelig voor ons bewustzijn hun werk doen. (bijvoorbeeld: als je de ogen sluit, en met je arm allerlei wilde en/of ingewikkelde bewegingen maakt, ben je toch in staat om, nog steeds met je ogen dicht, je wijsvinger op het topje van je neus te plaatsen – het systeem van zenuwen dat daar voor zorgt is dus de propriocepsis).

Blijft dat altijd goed functioneren?

Dat zouden we wel willen, maar helaas!  Doordat allerlei processen in ons lijf beïnvloeden en zelf beïnvloedbaar zijn, loopt het gemakkelijk spaak. Of je nou een Olympische halfgod of een gewone sterveling bent, het bovenstaande proces geldt ook voor jezelf.

Als je een verwonding oploopt of je wordt geopereerd loopt je lichaam schade op. Die schade moet worden hersteld, dus eerst de rommel opruimen en dan repareren. Bij die processen komen allerlei (er zijn er inmiddels 66 van bekend) ontstekings/reparatie stoffen vrij die je willekeurige zenuwen prikkelen (bv pijn), maar ook de onwillekeurige zenuwen (de zenuwen die je lijf als “plant” besturen (zweten, warmteregulatie, doorbloeding, je organen, urineproductie, enzovoort) maar ook de zenuwen die die propriocepsis vormen. Met andere woorden de programmatuur in je subcorticale kernen komt danig in de war als er voortdurend signalen binnenkomen van “overbelasting”. Het gevolg daarvan is dat de spieren, nodig om te doen wat je wilt doen, verkeerd worden aangestuurd, niet meer samenwerken, tegen elkaar in gaan wringen, heel veel druk zetten op je gewrichten, zorgen voor knakken en kraken in je gewrichten, kortom je rijdt nu in plaats van met ronde met vierkante wielen. En al die zaken zorgen weer voor overbelasting en het aanzetten tot weer nieuwe kwalen. Het verkeerd gestuurde proces is dus via allerlei (om) wegen zelf instant houdend, en leidt tot meer problemen.

Komt dat nog wel ooit goed?

Hoeft niet kan wel. Vanzelf zullen kleine problemen ook wel weer weggaan, mogelijk ook omdat kleinigheden niet voor zo een grote ontregeling zorgen. Maar grotere processen zorgen ook voor grotere ontregeling, en dat gaat doorgaans niet vanzelf weg.

Daar moet je dus aan gaan werken! Natuurlijk is ons land bezaaid met artsen en therapeuten. Je moet echter goed beseffen dat zij geen mensen beter maken. Dàt moeten mensen zelf doen. Accoord een dokter of een therapeut kan je wel helpen, je goed advies geven, dingen voordoen, je ruggesteun en een gebruiksaanwijzing van je lijf geven, maar de bulk van het werk moet door de “patiënt”  zelf geleverd worden. Als je daar niet toe bereid bent, kunnen andere therapeuten je leren dat, en hoe je de pijn moet accepteren. De functie komt dan nooit meer helemaal terug. Daar moet je dan mee leren leven.

 

Naar mijn mening een schrale troost, als je ook door enige inzet en (een hoop) geduld, die functie mogelijk weer helemaal terug kan krijgen.

Hoe doe je dat dan?

  1. Laat je geen invaliditeit aanpraten! De verhalen dat er niets meer aan te doen is, dat je het moet accepteren, dat je er mee moet leren leven, dat je de pijn moet leren accepteren, zijn verhalen uit onmacht en desinteresse.
  2. Mijd artsen en therapeuten die beloven je wel even beter te maken. Dat is een onmogelijkheid! Je eigen invloed is vele malen groter bij het herstelproces dan van een arts of therapeut. Zij kunnen wèl heel snel dingen kapot maken, zonder dat je zelf beseft dat dat gebeurt.
  3. Zorgen dat de bloedvoorziening van het betreffende lichaamsdeel goed is (alles wat warmte inbrengt helpt- warme douche/bad, kruik infraphil lamp, zonnebank, de zon zelf, verwarmingsradiator enz.), roken zorgt voor het tegenovergestelde!, heeft dan ook een zeer negatief effect op herstelprocessen in je lijf.
  4. Het bloed niet alleen naar het lichaamsdeel toe brengen, maar erdoorheen dwingen (bloeddoorstroming) door te masseren, zonder of mèt hulpmiddelen.
  5. Masseren totdat de scherpe pijn plaats maakt voor een pijn met wat doffer, een minder scherp karakter. Als je op deze wijze te werk gaat, spoel je de ontstekings/reparatiestofjes als het ware weg. Het gevolg daarvan is dat de propriocepsis niet meer overprikkeld wordt, en dat je subcorticale kernen hun werk weer kunnen gaan doen.
  6. Echter, vaak moet er aan normale werking, weer een stuk herprogrammering plaatsvinden. Want hoe langer je niet normaal gefunctioneerd hebt, hoe meer die kernen zich aan de nieuwe orde hebben aangepast. Bijvoorbeeld: om de pijn heenlopen, één been ontzien, ongelijke stappen zetten, de voeten niet goed afwikkelen, het ontkoppelen van armbewegingen van de beenbewegingen, enz enz
  7. Je moet dus de bewegingen zo perfect mogelijk uit te voeren (bijsturend met je hersens en andere spieren), het heeft immers geen zin om een verkeerd bewegingsprogramma in te brengen. Van daaruit geleidelijk met steeds minder bijsturing de bewegingen nog steeds goed uitvoeren met een geleidelijk steeds hoger tempo.
  8. Vóór en na dat je de beweging traint: warmte, massage, rekoefeningen.  Je haalt immers ook de handrem van de auto als je hem wilt aanduwen! Anders bereik je niets.
  9. Daarna ga je dus gecompliceerde bewegingen maken met je houdings- en bewegingsapparaat, bijvoorbeeld “lopen”. Je begint dan met bijvoorbeeld 100 meter netjes lopen: links en rechts even grote stappen, voeten netjes afwikkelen, je heupen recht boven je voeten je rug, schouder nek en hoofd  in balans daar weer recht boven. Je beweegt je armen in cadans met je benen mee.
  10. Als dat goed gaat, ga je dat opbouwen met, zeg , 10% per dag. Dus eerst opbouwen naar een uur lang rustig, netjes, wandelen. Daarna ga je die afstand ombouwen naar ¾ uur marcheren. Als je dat kan, kun je tijdens dat marcheren ook 5 meter hardlopen, 10, 15, 20, 30, 50, 75 100 meter, totdat je 4-5 km kan hardlopen. Daarmee ben je dan niet zozeer spieren sterker te maken, je hart en longen te trainen, maar je bent in wezen die computer in je hersenen aan het herprogrammeren. Daarom is het ook zo belangrijk dat je met weinig afstand op een laag tempo begint, en het vooral technisch netjes doet. Geleidelijk opbouwen, (opschrijven op een kalender, anders komt er niets van terecht), en als je met een aanhoudend moe gevoel thuiskomt wat niet binnen 15-30 minuten wegtrekt, ben je over je maximum prestatievermogen heen gegaan. Geen paniek: gewoon doorgaan, maar dan op dat moment even een stapje terug, op dat niveau wat langer blijven hangen, en dan weer verder gaan met opbouwen. Hoe ver je in de praktijk komt, zien we wel, niet iedereen komt even ver – dat hoeft ook niet. 
  11. En dan geduld oefenen, niet denken dat je een hoekje kan afsnijden om dat je beter bent dan een ander: het geldt net zo goed voor een topsporter als voor Jan met de pet. (hoewel als je van Olympisch niveau bent staan er 5 fysiotherapeuten ter beschikking die bovenstaande voor een deel van je kunnen overnemen, Jan met de pet kan de fysiotherapeut slechts de puntjes op de i laten zetten, de rest moet hij zelf doen).  Niet alle aangerichte schade kan volledig herstellen. Bijvoorbeeld een spiervezel of een zenuwcel die vernield is zal niet vernieuwd worden maar gaat over in een stukje bindweefsel. Dus je lijf is niet verloren en valt niet uit elkaar. En veel van wat de verloren vezel deed kan worden overgenomen door zijn buren. Maar als we ouder worden, beginnen de diverse onderdelen minder soepel te worden door dat proces.

Het is dus zaak om dit soort functieproblemen zo snel mogelijk aan te pakken, hetgeen niet wil zeggen dat als er al weken, maanden soms jaren verstreken zijn, het resultaat minderwaardig zou moeten zijn, maar het kost meer tijd en moeite. Gewoon er aan beginnen, genieten van ieder stapje winst, ook al is dat soms maar klein. Niet afhaken als het resultaat niet (snel) genoeg komt, maar gestaag doorbouwen aan een resultaat wat er wezen mag. We hoeven niet allemaal naar de Olympische spelen!

 

You are here: Zelfredzaamheid Het (dys-)functiedilemma: Trainen hoe en waarom?